Jongeren, kijk eens goed naar deze berekening (en kom in opstand)

“Ons pensioenstelsel is oneerlijk, star, paternalistisch en zijn doel voorbijgestreefd” (uit: ‘Het Nieuwe Werken aan je pensioen’)

Jongeren zijn zwaar de dupe van ons huidige pensioenstelsel. Ze moeten een hoger percentage van hun salaris in de pensioenpotten storten dan de huidige gepensioneerden gedaan hebben, ze beginnen vier jaar eerder met het betalen van pensioenpremie dan de huidige gepensioneerden, ze moeten minimaal twee (maar in de praktijk nog meer) jaar langer werken voordat ze met pensioen mogen, en het resultaat is een pensioen dat naar schatting niet veel meer zal zijn dan 50 procent van het gemiddeld verdiende salaris, zo berekende Syntrus Achmea een jaar geleden al. Hoe duidelijk kan het zijn dat jongeren zwaar, zelfs zeer zwaar de dupe zijn van ons oneerlijke pensioenstelsel?

Toch zijn er ook geluiden van mensen die het tegendeel beweren. Twee weken geleden verscheen op het economenforum ‘Me Justice’ het stuk ‘Eet ik het pensioen van mijn kinderen op? Wat een onzin!’ van Prof. Dr. Joop Hartog (1946). Hartog probeert met een onbegrijpelijke formule (voor mij althans, maar ik ben geen professor) duidelijk te maken dat hij niet teveel pensioen krijgt ten opzichte van de pensioenpremie die hij gedurende zijn carrière heeft betaald. En afgelopen week verscheen er een stuk in de Volkskrant met de titel ‘Jongeren krijgen het net zo goed als babyboomers’ van docent financiële economie Frank W. van den Berg (1948). Deze gooit het maar weer over de boeg van ‘de kunstmatig laag gehouden rekenrente’. Hij goochelt wat met cijfers en – dat weet deze visionair zelfs zeker – binnenkort gaat de rente omhoog en dan verdwijnen de pensioenproblemen als sneeuw voor de zon.

Ook pensioenfondsen proberen mensen met rekensommetjes gerust te stellen. Peter Borgdorff (1953), directeur pensioenfonds Zorg en Welzijn berekende in zijn blog dat een fictieve mevrouw Vermeer wel vijf maal zoveel aan pensioen ontvangt als zij ingelegd heeft. Twee maanden later rekende hij aan de hand van mevrouw Van Hall voor dat deze zelfs zes maal zoveel aan pensioenuitkering krijgt als ze ingelegd heeft. Zonder onderbouwing prognosticeerde Borgdorff dat dit voor jongeren nog steeds wel 3,5 maal zal zijn, maar op het verzoek dezelfde berekening voor een 25-jarige te maken kwam geen reactie. Pensioenfondsen beweren vaak dat het pensioen dat mensen krijgen maar voor 20 procent uit de inleg bestaat, en voor 80 procent uit het rendement dat het pensioenfonds heeft gemaakt. Misschien is dat zo voor de mensen die nu met pensioen gaan, maar voor jongeren die nu starten zeker niet.

Jongeren moeten niet in slaap worden gesust met rekensommen, maar juist wakker. Ik zal daarom eens op een heel andere manier voorrekenen dat jongeren zwaar gedupeerd worden.  We nemen een jongeman die op zijn 21ste gaat werken. Laten we ervan uitgaan dat de pensioenleeftijd 67 blijft (wat bijna niemand gelooft) en dat de resterende levensverwachting gelijk blijft. De resterende levensverwachting is het aantal jaren iemand nog leeft na zijn 65ste. Dat was in 2012 volgens het CBS voor mannen 17,9 jaar, dus vanaf  67 is dat nog 15,9 jaar (wat ik zal afronden op 16). Overigens ligt de levensverwachting van iemand van 21 lager – je kunt immers ook overlijden voor je 67e – maar ik ben coulant en reken toch met 16 jaren. Dat betekent dat deze jongeman 46 jaar lang zal werken – en premie zal betalen – en daarna nog gemiddeld 16 jaar pensioen en AOW zal ontvangen.

Hoeveel betaalt hij (samen met zijn werkgever) daarvoor? De AOW premie is 17,9 procent over de eerste twee belastingschijven. Als pensioenpremie reken ik met 25 procent, hetgeen op dit moment een beetje het gemiddelde is van een aantal grote pensioenfondsen (ABP, PFZW, PMT). Welk percentage van het totale inkomen iemand exact betaalt, is niet voor iedereen gelijk. Het hangt namelijk af van de hoogte van het salaris, maar grof gezegd komt het erop neer dat deze jongeman zo’n 30 procent van zijn totale inkomen kwijt is aan pensioen- en AOW-premies. DERTIG PROCENT! Er wordt wel eens gezegd ‘je werkt één dag per week voor je pensioen’. Eén dag per week zou betekenen 20 procent, dus 30 procent komt overeen met anderhalve dag per week. En het kan zelfs – afhankelijk van je salaris – nog meer zijn.

Als ik dat percentage op het aantal werkzame jaren loslaat, zien we dat deze jongere dus 30 procent van 46 jaar = 13,8 jaar van zijn leven werkt voor ‘zijn’ pensioen. Dat pensioen duurt – zo zagen we – gemiddeld nog 16 jaar. Hanteren we – ondanks de lagere voorspellingen van Syntrus Achmea – de norm van 70 procent van het gemiddelde inkomen, dan komt 16 jaar pensioneren overeen met (70 procent van 16 jaar =) 11,2 jaar werken. Maar deze jongere heeft zelfs 13,8 jaar voor zijn pensioen gewerkt! Deze jongere betaalt dus in absolute zin, dus als we het rendement niet eens meerekenen, zelfs al meer aan premie dan hij ooit terug zal ontvangen! Oftewel, hij krijgt nog niet eens zijn ingelegde geld terug aan pensioen…

Op pensioenoverzichten (zoals mijnpensioenoverzicht.nl) is niet te zien hoeveel premie iemand uiteindelijk betaald heeft. Veel mensen zouden (terecht!) willen zien wat ze totaal betaald hebben. Toen de pensioenfederatie hiernaar gevraagd werd in een Zembla uitzending was het excuus dat het pensioenoverzicht hierdoor alleen maar complexer zou worden en dat dit cijfer ophoesten technisch heel ingewikkeld en duur was. “Tot op heden is het voor een pensioenfonds een irrelevant gegeven” zei de heer Riemen. Voor een pensioenfonds wellicht, maar voor een deelnemer die een fors deel van zijn salaris verplicht dient af te staan is dit zeer relevant. Zeker als hierdoor zichtbaar zou worden dat hij uiteindelijk niet eens zijn inleg terug krijgt. Daarom denk ik dat pensioenfondsen deze bedragen nooit gaan vermelden. Jongeren zullen hierdoor acuut  het vertrouwen in ons pensioenstelsel opzeggen.

Niet voor niets zette ik de geboortejaren van Joop Hartog, Frank W. van den Berg en Peter Borgdorff erbij. Babyboomers hebben er belang bij het huidige stelsel in stand te houden en proberen jongeren gerust te stellen dat het allemaal wel goed komt. Die jongeren dienen hun aanstaande pensioen op te hoesten. Maar het komt niet goed en jongeren moeten in opstand komen.
Voor de duidelijkheid: ikzelf ben geen jongere. Ik ben van de generatie X. Ik ben niet ‘voor jongeren’ of ‘tegen ouderen’. Ik ben wel tegen oneerlijkheid. En ons pensioenstelsel is buitengewoon oneerlijk en moet daarom op de schop.

image   image   image

       Hartog              Van den Berg          Borgdorff

Advertenties
Geplaatst in Pensioen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De hoogste uitkeringen en protesteren voor nog meer

Gisteren kwam het nieuwe OESO-rapport ‘Pensions at a glance 2013’ uit. Hieruit bleek dat Nederland de hoogste pensioenuitkeringen heeft van alle OESO-landen. Gepensioneerden krijgen hier maar liefst 91,4 procent van hun gemiddeld verdiende loon. Bij het vorige OESO rapport uit 2011 stonden IJsland en Griekenland(!) nog boven Nederland. Daarnaast geeft het nieuwste rapport aan dat onder Nederlandse gepensioneerden bij slechts 1,4 procent sprake is van armoede. Dit is het laagste percentage van alle OESO-landen. Eerder onderzoek wees al uit dat binnen Nederland geen bevolkingsgroep het beter heeft dan de ouderen. Dus kunnen we concluderen: geen bevolkingsgroep ter wereld heeft het beter dan de Nederlandse gepensioneerden. Proficiat!

Toch is het blijkbaar nog niet genoeg. Ik woon om de hoek bij de Nederlandse Bank en twee dagen geleden stuitte ik bij toeval op een demonstratie van gepensioneerden. Ze protesteerden tegen de lage rekenrente. Anders geformuleerd, ze willen een hogere rekenrente zodat er nu nog meer uitgekeerd kan worden en kortingen van de baan zijn. Ze eisen ‘meer koopkracht’, zo was op hun rode tassen te lezen. Zelfs na het Volkskrant artikel van Yvonne Hoffs schamen sommigen zich er niet voor om met een bord om de nek voor de Nederlandse bank meer geld te eisen. Dat dit – door de rekenrente te verhogen – per definitie ten koste gaat van toekomstige generaties lijkt hen niet te deren.

image

 

Ik vroeg wie de demonstratie opgezet had en kwam erachter dat dit een initiatief was van de Abvakabo. Op hun website las ik dat de Abvakabo strijdt voor een eerlijk pensioen voor jong en oud. Huh…? En dan zet je een actie op voor het verhogen van de rekenrente waardoor aantoonbaar nog meer geld verschuift van jong naar oud? That doesn’t make sense. Een jaar geleden berekende Syntrus Achmea al dat jongeren in de toekomst waarschijnlijk nog maar 50 procent van het gemiddeld verdiende salaris aan pensioen hoeven te verwachten. Dat is wel iets anders dan 91,4 procent. Ook de Abvakabo realiseert zich dat er voor jongeren waarschijnlijk niet veel meer zal overblijven dan 50 procent, zo blijkt uit het stuk ‘Een half pensioen, niet te doen’ op haar eigen website.

Daarom begreep ik deze actie geheel niet. En zitten de jongeren van de vakbond dan gewoon te slapen? Ik hoop dat iedereen snapt dat er door het aanpassen van de rekenrente niet opeens meer geld in de pensioenpotten terecht komt. Aanpassen van de rekenrente heeft alleen maar invloed op de verdeling van geld. En die is nu al scheef. We moeten juist prudenter worden. We zijn nu wereldkampioen pensioen uitkeren. Als gezegd: twee jaar geleden stond Griekenland nog boven Nederland. Daar leefde men ook jarenlang op te grote voet. En volgens mij is iedereen het er wel over eens dat we in economisch opzicht Griekenland niet achterna moeten gaan.

Geplaatst in Pensioen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Amerikaanse taferelen? Zullen we het vanaf nu over Deense taferelen hebben?

Enkele weken geleden mocht ik een presentatie geven op een pensioenbijeenkomst. Ik was een beetje een vreemde eend in de bijt aangezien de overige sprekers en aanwezigen pensioenfonds- en vakbondsmensen waren. Ik werd uitgenodigd om over ‘Het Nieuwe Werken aan je pensioen’ te komen spreken. Mijn verhaal laat mensen vooral op een andere manier denken over pensioen, maar tegelijkertijd is het een pleidooi voor een nieuw, eerlijk, flexibel en toekomstbestendig pensioenstelsel. Een stelsel gebaseerd op individuele beschikbare premieregelingen, Defined Contribution (DC) dus. Dat is niet bepaald in lijn met dat waar pensioenfondsen voor staan, en ik was dan ook positief verrast dat ik uitgenodigd werd. Op deze manier kon er tenminste discussie ontstaan.

Voor mij sprak iemand die geen goed woord over had voor DC. De aanwezigen werden gewaarschuwd voor ‘Amerikaanse toestanden’. Daar moeten mensen zelf beleggen en zijn ze voor hun pensioen afhankelijk van de beurs. En als de rente laag staat als je met pensioen gaat, krijg je bijna niets. Daarom moeten veel ouderen in Amerika nog hamburgers bakken bij McDonalds of achter de kassa van de supermarkt staan, was de strekking van zijn betoog. Toen het mijn beurt was vroeg ik de aanwezigen of ze wel eens van Chileense, Australische of Deense toestanden hadden gehoord? Uiteraard niet, maar dit zijn zomaar een paar voorbeelden van landen met uitstekend werkende pensioenstelsels die overwegend op DC gebaseerd zijn. Denemarken staat al twee jaar bovenaan Mercers lijst van beste pensioenstelsels. Australië staat nu nog derde maar loopt snel in op Nederland.

Degenen die vinden dat we aan Defined Benefit (DB) moeten blijven vasthouden verwijzen graag naar Amerika zodra DC ter sprake komt. Maandag probeerde een columnist in het FD via een werkelijk onbegrijpelijke zwarte-pietenkronkel die link te leggen. “De Verenigde Naties willen Sinterklaas afschaffen –> dus die begrijpen onze mooie tradities niet –> Pensioen is net als Sinterklaas ook een traditie –> dus de Verenigde Staten zullen ook onze mooie pensioentraditie wel niet begrijpen –> De Verenigde Staten proberen Nederland over te laten stappen op DC –> dus DC moet dan wel slecht zijn voor Nederland.” Zoiets. Nu klinkt Verenigde Naties een beetje als Verenigde Staten, en is Verene Shepperd Jamaicaanse, wat een beetje klinkt als Amerikaanse, maar ik begreep er verder niets van.

Over ‘Amerikaanse toestanden’ dan. In Amerika kunnen werknemers inderdaad vaak zelf bepalen waarin belegd wordt. Ook is het mogelijk op elk gewenst moment de opgebouwde waarde (deels) te liquideren en voortijdig op te nemen. Weliswaar tegen een boete van 10 procent over het opgenomen bedrag, maar dat weerhoudt niet iedereen ervan om voortijdig aan het appeltje voor de dorst te knabbelen. Als men met pensioen gaat kan men er voor kiezen in één keer het hele bedrag uitbetaald te krijgen, iets wat ook velen doen. Al deze factoren veroorzaken ‘Amerikaanse toestanden’ (wat die dan ook mogen zijn). Deze hebben echter niets met het stelsel van Defined Contribution te maken.

Wereldwijd vindt er een verschuiving plaats van DB en DC. Dat is logisch, dat is eerlijk en toekomstbestendig. Dat we ook in Nederland uiteindelijk zullen overgaan naar individuele DC regelingen staat voor mij als een paal boven water. Dus wanneer in de discussie DB vs DC de ‘Amerikaanse toestanden’ weer naar voren gebracht worden, breng ik ‘Deense toestanden’ ter sprake. Ik heb geen idee wat dat zijn, maar ze hebben in elk geval niets met DC te maken. Net zomin als ‘Amerikaanse toestanden’ dat hebben.

image

PS:  Om gelijk nog maar wat andere misverstanden weg te nemen over DC. Mensen hoeven niet zelf te beleggen of financiële kennis te hebben. Het risico op een lage rente op de pensioendatum kan afgedekt worden.  De hoogte van het pensioen is inderdaad afhankelijk van het rendement dat gemaakt wordt, maar dat is het bij een pensioenfonds ook. Bij een individuele DC regeling kan er, naarmate de deelnemer ouder wordt, minder risico genomen met het individueel opgebouwde pensioenkapitaal. Bij een pensioenfonds wordt geen rekening gehouden met de leeftijd of individuele wens van de deelnemer, en zitten alle deelnemers voor een zelfde percentage in aandelen. Ook diegenen die bijna met pensioen gaan of al met pensioen zijn.

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

De mythe van het beste pensioenstelsel ter wereld

Recent hoorde ik weer eens iemand beweren dat Nederland het beste pensioenstelsel ter wereld heeft. Nog maar eens deze mythe ontkrachten…
Allereerst: er bestaat helemaal geen officiële ranglijst van beste pensioenstelsels ter wereld. Wel brengt het Australische consultancy bedrijf Mercer sinds enkele jaren een aantal verschillende internationale pensioenstelsels in kaart en publiceert jaarlijks de ‘Melbourne Mercer Global Pension Index’. Deze index wordt vaak aangehaald als ‘officiële lijst van beste pensioenstelsels’. In ieder geval gebeurt dat in Nederland, maar dat is waarschijnlijk omdat volgens deze index Nederland drie jaar lang het beste stelsel had. Bij de eerste editie in 2009 waren de pensioenstelsels van slechts elf landen in kaart gebracht. In 2010 kwamen daar drie landen bij, in 2011 werden het er 16 en bij de editie van 2012 kwam het aantal deelnemende landen op 18, hetgeen overeenkomt met 10% van alle landen van de wereld. De eerste drie jaar werd het Nederlandse stelsel als beste beoordeeld, maar in 2012 kwam nieuwkomer Denemarken met stip op de eerste plaats binnen. Denemarken kreeg als enige land in de lijst een A-rating, een rating die Nederland nooit heeft gehad. Afgelopen week publiceerde Mercer de ranglijst van 2013 waar Mexico en Indonesië de nieuwkomers waren.

Pensioenstelsels kunnen van land tot land enorm verschillen. Dus hoe bepaal je of de Nederlandse appel beter is dan de Chileense peer? Mercer beoordeelt de verschillende stelsels op adequaatheid, houdbaarheid en integriteit, waarbij het eerste element het zwaarst weegt. Adequaatheid wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoogte van de pensioenuitkering. En in Nederland keren wij veel uit. In 2011 werd gemiddeld nog 89,1% van het laatstverdiende salaris als pensioen uitgekeerd. Dat percentage was het op twee na hoogste van Europa: alleen IJsland en Griekenland(!) scoorden hier hoger (bron: OESO rapport ‘Pensions at a Glance 2011’). De hoogte van de pensioenuitkeringen zegt naar mijn mening dan ook weinig of niets over de kwaliteit van het stelsel zelf. Je kunt wel veel uitkeren, maar als er niet voldoende meer binnenkomt, gaat de pot snel leeg. Onderstaand filmpje illustreert dit.

De kwaliteit van een pensioenstelsel moet dus ook vooral beoordeeld worden op grond van de toekomstige verplichtingen. Dat doet het houdbaarheidscriterium in de pensioenbeoordeling van Mercer. Dit is het op één na zwaarst wegende criterium, maar dit zou mijns inziens de belangrijkste indicator van de kwaliteit van een stelsel moeten zijn. Op dit onderdeel is Nederland in 2013 gezakt naar de derde plaats, achter Denemarken en Zweden.

Voor het derde criterium, integriteit, wordt gekeken naar het vertrouwen in het pensioenstelsel. Op dit onderdeel scoorde Nederland in 2012 nog wel het hoogst, maar moet inmiddels Australië boven zich dulden. In de totaalscore is Denemarken opnieuw de winnaar en Nederland behoudt dit jaar met een half puntje verschil nog net de tweede plaats, voor Australië. In dit kader is het aardig om op te merken dat zowel Denemarken als Australië in de tweede pijler overwegend individuele beschikbare premieregelingen kennen. Australië is in 25 jaar tijd geswitcht van vrijwel uitsluitend uitkeringsovereenkomsten naar overwegend (81 procent) beschikbare premieregelingen. De Nederlandse pensioenfondsen blijven echter krampachtig aan collectieve middelloonregelingen vasthouden.

Het zal mij dan ook niet verbazen als Nederland volgend jaar nog verder zakt op de ranglijst van Mercer. Een ranglijst waarop, zoals gezegd, bijna 90% van de landen op de wereld ontbreekt. Hoe zou het zitten met het stelsel van bijvoorbeeld Noorwegen? Of IJsland? Of Nieuw Zeeland? Die landen zijn allemaal niet geselecteerd door Mercer. Vooralsnog heeft het ‘WK pensioenstelsels’ dan ook wel iets weg van een WK korfbal. Of moeten we het vergelijken met een WK kunstrijden? Het betreft immers een jurysport. Een sport waarin Nederland, ook volgens de criteria van Mercer, niet de beste is. 

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , | Een reactie plaatsen

Het generatieconflict brandt los

“Ons pensioenstelsel is oneerlijk, star, paternalistisch en zijn doel voorbijgestreefd” (uit: ‘Het Nieuwe Werken aan je pensioen’)

Vorige maand stuurde mijn vader mij deze e-mail door van boze gepensioneerden, welke blijkbaar al een poosje circuleert. De titel luidt ‘Een waarheid als een koe’. Misschien een koe van Piet de Leeuw, want inhoudelijk klopt er niet veel van het bericht. Niemand heeft vanaf zijn 17e pensioenpremie betaald, het niet indexeren of verlagen van pensioenen raakt niet alleen de gepensioneerden, het zijn de ouders van de babyboomers die na de tweede wereldoorlog de kar uit de blubber hebben getrokken, en niet de babyboomers zelf. Wie deze e-mail geschreven heeft weet ik niet. Hij is getekend door ‘De grijze duiven’ en de schrijver vraagt ook om respect voor zijn grijze haren. Het zou helpen eerst ook wat respect voor blonde haren te tonen, dacht ik toen ik termen als ‘huppelkut’ en ‘vleesgeworden domheid’ las. De e-mail maakt wel duidelijk dat veel gepensioneerden heel boos zijn, maar dat ze geen zuiver beeld hebben van de pensioenproblematiek. Ik heb een e-mail teruggestuurd waarin ik een aantal feiten weerlegde, met het verzoek ook dat bericht door te sturen. Ik ben alleen bang dat mijn ene emmertje water dat snel verspreidende vuurtje niet geblust heeft. 

Ik was positief verrast door het artikel in de Volkskrant van afgelopen zaterdag van Yvonne Hofs, waarin ze de brandspuit ter hand nam. In dit artikel richt ze zich tot alle boze 60-plussers, waarbij ze de redenen die voor die boosheid worden aangegeven een voor een weerlegt. Zou dit nu het smeulende generatieconflict kunnen doven? Verre van dat. Twitter ontplofte, er waren heel veel emotionele reacties, maar nauwelijks inhoudelijke. Wat ik niet zo handig vond was de titel en het format van het artikel. Een brief waarin 60-plussers ‘persoonlijk’ aangeschreven worden en waarvan de titel luidt: ‘Beste 60-plussers, ik schrik van jullie schaamteloze egoïsme en onwetendheid’. Tja, als ik voor schaamteloze egoïst uitgemaakt zou worden zou ik ook boos worden, al voordat ik een letter gelezen had. Dus waar het inhoudelijk een zeer goed stuk is, gooide het olie op het vuur.

Toch raad ik iedereen (en zeker de 60-plussers) aan het artikel goed te lezen. Vergeet de titel en lees de feiten, want die kloppen. Het is wellicht anders dan je dacht en het is zeker anders dan populist Henk Krol iedereen probeert wijs te maken, maar het is wél de waarheid. Het generatieconflict gaan we er alleen niet mee oplossen. Dat conflict is een logisch gevolg van een stelsel met een collectieve spaarpot, waarbij er geen absoluut verband is tussen inleg en uitkering. Een stelsel waarbij iemand nooit precies krijgt waar hij recht op heeft. Hierdoor denkt iedereen benadeeld te worden, zelfs diegenen die bevoordeeld worden. De enige manier om dit conflict op te lossen is overgaan van collectieve pensioenspaarpotten naar individuele. Wat jij spaart is en blijft van jou en daar hoef je met niemand een conflict over te hebben.

image

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | 1 reactie

Gokken met uw pensioen? Gokken met uw leven!

“Ons pensioenstelsel is oneerlijk, star, paternalistisch en zijn doel voorbijgestreefd” (uit: ‘Het Nieuwe Werken aan je pensioen’)

Een paar weken geleden werd de documentaire ‘Zwarte zwanen – gokken met uw pensioenpremie’ uitgezonden. Deze uitzending veroorzaakte behoorlijk wat opschudding en aan de hand van die uitzending werd ik geïnterviewd op Radio 1. Ik had maar ten dele begrip voor de ophef. Ten aanzien van de absurde beloningen – tot wel 100 miljoen per jaar-  die sommige vermogensbeheerders (ingehuurd door pensioenfondsen) bleken te verdienen, vond ik de ophef zeer terecht.
Ten aanzien van het ‘gok-aspect’ uit de titel van het programma vond ik de ophef nogal overdreven. Beleggen is immers gokken. Als we niet willen dat er gegokt wordt, moet alles in vastrentende waarden geïnvesteerd worden. Dan wordt er niet gegokt en zijn we zeker van een bepaald rendement. Alleen is dat wel een laag rendement en dat accepteren we ook niet. Meer rendement met minder risico is nu eenmaal niet mogelijk (ook al probeerde het ABP dat zijn deelnemers wijs te maken:
vanaf minuut 9). Dus dat er belegd – en zo je wilt: ‘gegokt’ – wordt, daarover zou men zich niet zo druk moeten maken.

Waar men zich wel druk over zou moeten maken – of wat men zich in elk geval zou moeten realiseren – is dat ons pensioenstelsel overeenkomsten met een loterij vertoont. Je hele (werkende) leven wordt een fors deel van je salaris afgedragen voor de oude dag. Wie geluk heeft oud te worden behoort tot de winnaars. Iemand die pech heeft vroegtijdig te overlijden (twintig procent van de mensen haalt de pensioengerechtigde leeftijd niet) heeft zijn leven lang ingelegd, maar nooit iets gewonnen. Het verschil met de staatsloterij is dat je daar zelf kunt bepalen óf je meedoet en met hoeveel loten je meedoet. En als je liever met de postcodeloterij mee wilt doen, stap je over. Aan de pensioenloterij zijn de meeste Nederlanders echter verplicht mee te doen. Zelfs diegenen die zeker weten dat ze nooit zullen winnen, zoals de mensen waar afgelopen zondag voor gezwommen werd. De regels van de de pensioenloterij zijn zo star, waardoor je niet kunt kiezen met hoeveel loten je meespeelt, je niet kunt stoppen met inleggen en je niet mag overstappen naar een andere loterij. Wel kun je je winstkans vergroten, bijvoorbeeld door te stoppen met roken. Het blijft echter voor de meeste Nederlanders de grootste gok die ze in hun leven wagen en het is wel eens goed hier bij stil te staan.

Dat pensioen altijd een risico met zich meebrengt is niet te voorkomen. Toch is het mogelijk het risico te spreiden. Het risico wordt namelijk veroorzaakt door de vreemde manier waarop we ons leven inrichten. Ruim 40 jaar lang fulltime werken en sparen om vervolgens nog (gemiddeld) 16 jaar ‘van het leven te kunnen genieten’ is een enorme gok. Waarom die gok nemen door maar te hopen dat je zo oud zult worden? Waarom niet al eerder van ‘pensioen’ genieten en als gevolg daarvan wat langer doorwerken? Hierdoor spreid je het risico en als je de 67 niet haalt, heb je in elk geval al van een deel van je pensioen genoten. Hoe dat precies in zijn werk gaat? Dat vertel ik hier niet. Dat kun je lezen in Het Nieuwe Werken aan je pensioen.

image

Geplaatst in Geen categorie | Tags: , , | 2 reacties

De ongekende mogelijkheden van een individueel pensioenstelsel

“Ons pensioenstelsel is oneerlijk, star, paternalistisch en zijn doel voorbijgestreefd” (uit: ‘Het Nieuwe Werken aan je pensioen’)

Gisteren zei Lans Bovenberg het ook in een interview met het FD: ‘Gebruik pensioen om de restschuld weg te werken’. Ook in mijn boek pleit ik daarvoor en  ik blogde er al eerder over. Een groot obstakel vormt ons starre pensioenstelsel. Doordat onze pensioenspaarpotten niet individueel zijn maar collectief, is het nu niet mogelijk om voortijdig individueel aanspraak te maken op die spaarpotten en daar geld uit te halen. En dat is doodzonde, want hierdoor ontnemen we onszelf de mogelijkheid van het wegwerken van (hypotheek)schulden.

Maar los van (hypotheek)schulden aflossen geeft een individueel stelsel nog veel meer mogelijkheden om de economie te stimuleren. Wanneer iedereen een individuele pensioenspaarpot zou hebben, zouden we bijvoorbeeld kunnen besluiten een deel van de pensioenpremie facultatief te maken. Dit geeft mensen die dat geld nu beter kunnen gebruiken wat lucht. Degenen die nog steeds zo veel willen blijven sparen als voorheen kunnen dat blijven doen, maar een deel van de mensen zal ervoor kiezen het geld nu voor iets anders aan te wenden. Is dat erg? Nee, niet wanneer iemand met een AOW-uitkering, aangevuld met een wat kleiner deel van het aanvullend pensioen, nog goed kan rondkomen. Hieronder vallen zeker diegenen die tegen de tijd dat ze met pensioen gaan de hypotheek op hun huis hebben afbetaald. Die groep zal in de toekomst groter worden nu per  1 januari 2013 geldt, dat een nieuwe hypotheek binnen 30 jaar moet zijn afgelost. Waarom zouden deze mensen nog steeds voor een bepaald percentage van hun middelloon moeten sparen?

Een individueel stelsel maakt ook een eind aan  de discussie of de pensioenopbouw nu wel of niet verlaagd kan worden en waar dat vrijgekomen geld naartoe zou moeten gaan. Mensen bepalen in dat geval immers zelf (individueel) of ze minder pensioen opbouwen. Van discussies over dekkingsgraden en rekenrentes die gehanteerd moeten worden, zijn we dan ook af. Sterker, die termen verdwijnen zelfs geheel bij een individueel stelsel. Grepen uit pensioenkassen zullen nooit meer gedaan kunnen worden. Eindelijk komt er keuzevrijheid voor een pensioenuitvoerder. Het generatieconflict zal in één keer opgelost zijn en als klap op de vuurpijl trekken we Nederland hierdoor in één keer uit de economische malaise. Die vaak genoemde 1000 miljard aan pensioengeld staat nu niets te doen en dat is funest voor onze economie. Met slechts één procent van dit pensioenvermogen zouden we geen discussie hoeven te hebben over 6 of 8 miljard bezuinigingen. En belangrijker: dan zouden we geen last hebben van de verstrekkende gevolgen ervan.

Al deze mogelijkheden hebben we nu niet door de collectiviteit binnen ons pensioenstelsel. Daarom moeten we nu de transitie van collectief naar individueel sparen (en ontsparen) in gang zetten. Nu is de tijd!

image

Geplaatst in Pensioen, Politiek | Tags: | Een reactie plaatsen